Herwaardering van 'African Wear'

Onderzoek door Mara Lin Visser

 

 

In Januari en Februari 2016 heb ik veldwerk uitgevoerd in Ghana als onderdeel van de master opleiding Culturele Antropologie en Ontwikkelings-sociologie aan de Universiteit Leiden. Met onder andere visuele methodes heb ik onderzoek gedaan naar kleding en andere uiterlijke versieringen, of wel dress van de middenklasse.

 

Met een grote interesse voor de ‘tailor-made’ kleding ben ik naar Accra vertrokken en vond een kleurrijke dress cultuur. Ik was benieuwd hoe vrouwen zich middels hun kleding verhouden tot de heersende gendernormen. Helaas was het moeilijk toegang te krijgen tot de belevingswereld van de vrouwen en vond ik ook geen actief gebruik van kleding om de genderrollen te veranderen. In een gesprek met Amba van het African Women’s Development Fund vond ik echter een interessante proces die wel degelijk agency in kleding liet zien. Namelijk de herwaardering van African wear.

 

Uiteindelijk heb ik me meer gericht op dit positieve geluid ten aanzien van de eigen cultuur. Ik vond een geschikt onderzoeksveld in het centrum van Accra, waar een kleermaker, Allan en zijn familie mij onderdak gaven. In de eerste weken heb ik in de kleermakerswinkel geobserveerd hoe en welke ideeën over kleding circuleren, daarna ben ik met Cynthia, de vrouw van Allan naar de markt geweest om te praten met stoffenverkopers en heb ik veel mensen op straat gevraagd voor de camera te staan en te vertellen wat ze aan hebben. Ik had sterk de indruk dat vooral de middenklasse in toenemende mate waarde hechte aan African wear.

 

Een duidelijk illustratie voor deze beweging is Dominic die ik sprak in Allans’ kleermakerswinkel, waar hij elke maand twee nieuwe Afrikaanse kledingstukken laat naaien. Hij is heel zijn garderobe aan het veranderen naar Afrikaans, omdat hij zich verbonden wil voelen met wat hij draagt. Dominic vertelt me ”I want to identify with what I wear, my culture and where I come from” (Interview I. Dominic februari 2016). Hij is boos dat er in Ghana zo veel gekopieerd wordt vanuit het westen. Hij doelt niet alleen op fashion, maar ook op de media (buitenlandse series), muziek en voetbal. Hij vind dat Ghanese hun eigen cultuur moeten promoten om daarmee de lokale industrie te steunen en begint bij zichzelf. Zo heb ik meer mensen gesproken die bewust de keuze maken om (meer) Lokale kleding te dragen, naar het werk of als dagelijks kleding.

 

Deze herwaardering door de Ghanese middenklasse gaat gepaard met veel creativiteit, trots en zelfexpressie. Op de vraag waarom ze African wear dragen komt vaak het antwoord “because I’m African”. Mijn participanten zeggen trots Ghanees/Afrikaan te zijn en vinden het ook leuk dit via de kleding uit te drukken. Een deel van deze trots komt denk ik ook van het prijskaartje die aan de stoffen en het op maat laten maken hangt. African wear is namelijk aanzienlijk duurder dan de stromen confectiekleding uit Azië en de tweede handskleding uit Amerika en Europa. African wear wordt dus ook gebruikt om enige welvaart te tonen.

 

Er lijkt een soort nieuwe creatieve cultuur ontstaan rondom de traditionele Ghanese stoffen. Er zijn veel hybride vormen van African wear die zijn gecreëerd met bijvoorbeeld Nigeriaanse, Islamitische en Westerse invloeden. Doordat vooral jongeren hun creativiteit kwijt kunnen in de kleding, zonder hier altijd aan bepaalde kledingvoorschriften hoeven te denken, vinden ze het leuk om African wear te dragen. Het internet heeft de circulatie van modebeelden versneld, waardoor het creativiteitsniveau stijgt. Een Ghanese fashion blogger vertelde mij bijvoorbeeld “It started via social media and than people started to embrace it. Personally I started it in 2012. By than most people were not enthusiastic about it. Now everybody wants to have a feel of the African print. We are embracing our own” (Interview Dowi Januari 2016). Door het internet krijgt het proces van creatief omgaan met de traditionele stoffen meer voet aan de bodem. Hij zegt dan ook dat de Ghanese fashion industrie erg gegroeid is. Meer mensen zijn bewust van wat ze dragen en durven hier mee te experimenteren.

 

Het ‘Friday wear beleid’ van de overheid zorgt voor veel creativiteit en enthousiasme. Dit beleid schrijft voor dat werknemers van organisaties en bedrijven op vrijdag African wear moeten dragen. Het was vooral bedoeld om de textiel- en kleermakers industrie economisch te ondersteunen maar zorgt ook voor een grotere interesse in African wear. voor een hele verandering in het straatbeeld in bijvoorbeeld ‘the banking area’. Van grijzen pakken gaat het naar kleurrijke shirts en bloezen op vrijdag. Sommige bedrijven drukken zelfs hun eigen stoffen met een logo erop. Wederom geldt deze verandering in kledingvoorschriften vooral voor de middenklasse omdat die de zogenoemde ‘white mans job’ uitvoeren.

 

Deze resultaten suggereren dat de middenklasse haar kosmopolitische positie toont door het dragen van African wear. Juist mensen die buiten Ghana zijn geweest of via hun werk in contact staan met andere delen van de wereld, kiezen bewuster voor de Afrikaanse print. Op deze manier wordt er agency getoond via dress en positioneert de Ghanese middenklasse zich als trots Afrikanen.